Stap 4: Uitvoering en onderhoud
In deze stap gaan de mentoren echt aan het werk met hun mentees. De projectdoelen kunnen in deze fase worden vertaald naar de doelen op mentor/menteeniveau; waarbij de leerbehoeften van de mentee centraal staan. In deze periode krijgen de mentoren ook tussentijds ondersteuning. Alle partijen houden contact met elkaar en wisselen de benodigde informatie uit. De projectleider met de coördinatoren op school, de schoolcoördinator met de mentoren, hbo-mentoren met mbo-leerlingen, mentoren onderling en natuurlijk de mentoren met hun mentees. Ervaring leert dat alle partijen in deze fase continu geïnformeerd en gemotiveerd dienen te worden. Ook pr en communicatie is in deze fase erg belangrijk. De beëindiging van een mentor/menteerelatie (bijvoorbeeld na een jaar), moet zorgvuldig gebeuren. Tot slot kan in deze fase de nameting worden verricht en de rapportage plaatsvinden.
Kwaliteitscriteria
- Er zijn regelmatige voortgangsrapportages op basis van de gegevens uit het eerder genoemde volgsysteem. De resultaten van de voortgangsrapportages worden besproken met de mentor, met de betrokken docenten en indien mogelijk ook met de ouders van de mentee.
- Er zijn regelmatig intervisiebijeenkomsten voor mentoren en betrokken docenten. (Crul spreekt over docentcoaches.)
- De mentor/menteerelatie wordt beëindigd op het bij aanvang afgesproken tijdstip. Het besluit tot een eventuele continuering van de relatie moet expliciet en in overleg met alle betrokkenen worden genomen. Bedenk dat het mentoringcontact eindig is en dat afronding zorgvuldig dient plaats te vinden.
Aandachtspunten
- Werk taken en verantwoordelijkheden uit.
- Zet een communicatiestructuur op tussen alle betrokkenen.
- Regel de uitvoering.
- Is aan de voorwaarden voldaan waaronder een mentor kan uitgroeien tot een rolmodel?
- Is aan de kenmerken en voorwaarden gewerkt die maken dat een mentor/menteerelatie vruchten kan afwerpen?
Ga naar de checklist
Naar boven